Op het eerste gezicht

Ik loop verdwaald de stad weer in op zoek naar jouw gezicht.
Die ene blik, een korte lach, verblindend als het licht.
Een week of twee, drie terug, waar was het nou precies?
Onvermoeibaar zoek ik door, je bent toch wel van hier?

Een koffie, een plek bij het raam, ik tuur over het plein.
Die groene jas, dat blonde haar, zal ook een ander zijn.
Waarom weet ik nu geen naam, bleef te ver van jou vandaan?
En voorbijgaand achter het glas kijk ik je plotseling aan.

En ik zie je naar me kijken en ik weet wat jij nu denkt
en alles wat wij samen zijn begint op dit moment.

Je komt binnen en stelt je voor ik kijk mijn ogen uit,
ik noem m'n naam en jij praat door ik luister honderduit.
Helder denken kan niet meer wat als ik je nu vroeg
ik heb geen woorden nodig je ogen zijn genoeg.

En ik zie je naar me kijken en ik weet wat jij nu denkt
en alles wat wij samen zijn begint op dit moment

Laat het gaan, laat het gaan vannacht laat alles alles zijn
je handen het donker je ogen het licht

 

© Wim van Bruxvoort 2001